headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto headerfoto
 
Arbitrage

De Scheids : Grenzen trekken

Nieuws afbeelding 25-11-2016 Hoe langer ik scheids ben, hoe leuker ik het vind. Dat komt vooral omdat ik elke wedstrijd weer leer. Er is bijna altijd wel een bijzondere situatie die de spelregels zelf of mijn kennis van de spelregels op de proef stelt. Meestal echter gaat het vooral om het behoud van controle over de wedstrijd. Het is het eeuwige dilemma: het geven van maximale ruimte om lekker te spelen versus de noodzaak om het voor iedereen zo leuk mogelijk te houden. Het liefst ben je als scheids zoveel mogelijk op de achtergrond.

Helaas zijn onze spelregels nogal eens wat rigide. Zo moeten we groen tonen aan de tweede en volgende speler die bij de scheids verhaal komt halen. Er is bij de scheids maar plaats voor één persoon. Mooie regel voor de hoofdklasse. Maar niet erg handig voor de jeugdteams. Daar moet een scheidsrechter best kunnen omgaan met een paar spelers tegelijk die een vraag stellen of het antwoord willen horen. In bijna alle gevallen kun je ook aan meerdere jongere spelers tegelijk prima uitleggen waarom je een bepaalde beslissing nam. Daar heb je helemaal geen groene kaarten bij nodig. Ik denk zelfs dat kaarten in dit soort situaties al snel averechts kunnen werken. Misschien behoud jij wel controle, maar het is niet meer voor iedereen zo leuk.

Op dit soort momenten moet ik wel eens denken aan mijn leraar Duits op de middelbare school. Een geweldige leraar. Zo iemand die van nature respect afdwong. Je had leraren die orde moesten houden en die om dat te bereiken mensen uit de les stuurden. De beste leraren hielden echter orde zonder ooit iemand te hoeven wegsturen.

Soms is het echter wel nodig om heel duidelijke grenzen te trekken. Pas nog floot ik een wedstrijd waar een speler een paar minuten voor tijd in zijn eigen cirkel een fout maakte. Hij kreeg van mij een strafcorner tegen. De speler werd toen heel boos. Niet op mij, want hij wist dat de corner terecht was. Hij werd boos op zichzelf. Eerst sloeg hij een paar keer wild met zijn stick op het kunstgras. Toen gooide hij zijn stick een paar meter weg. Vervolgens liep hij naar de stick toe en schopte hem nog een paar meter weg. Ik gaf hem er een gele kaart voor. Wangedrag.

Na de wedstrijd komt een vader van de tegenpartij naar mij toe. Was geel nou niet wat streng? Het zijn toch de emoties van een puber. Daar kan ik toch wel een beetje begrip voor opbrengen? Een andere vader voegde zich bij het gesprek. Ik hoefde de kaart niet op het wedstrijdformulier te zetten. Want dat is alleen maar extra werk en daar zat ik vast niet op te wachten. Ik stel ze gerust. De kaart was terecht. En het intikken op het DWF kost nauwelijks moeite. Ik heb het er graag voor over. Die jongen gaat op het formulier. Want we willen hockey graag leuk houden. En dan moeten er soms wat grenzen worden getrokken. En daar was geen woord Duits bij.

Reacties


Er zijn nog geen reacties, plaats uw reactie hieronder

Reageer op het nieuws